In het Oost-Duitsland van de jaren tachtig maken wekennis met twee totaal verschillende gezinnen: de Kupfers en de Hausmanns. DeKupfers spelen een belangrijke rol in de ondersteuning van het communistischebewind. Vader Hans en oudste zoon Falk zijn allebei officier bij de Stasi − deberuchte geheime dienst van de DDR − en jongste zoon Martin is politieman. DeHausmanns, daarentegen, zijn echte dissidenten. Moeder Dinja wordt alsprotestzangeres in de gaten gehouden door de overheid, haar mooie dochter Juliastaat op school officieel te boek als politiek onbetrouwbaar. Dan raken de tweegezinnen op een noodlottige en gevaarlijke manier met elkaar verwikkeld:Martinen Julia worden verliefd op elkaar. Ze zullen het moeten opnemen tegen de helewereld én al hun familieleden om hun relatie tot bloei te brengen.